Zoeken

Filters

1215 resultaten gevonden

Betrokken in Gods missie

Betrokken in Gods missie van Petra de Jong-Heins, Bert Roor, Jan van ’t Spijker en Willem van ’t Spijker is een basisboek voor missiologie voor studenten aan theologische opleidingen en werkers in de kerk. Het wil hen helpen om doordacht en positief betrokken te zijn bij Gods wereldwijde werk. Binnen de wereldwijde kerk en haar missionaire werk is veel in beweging. Traditionele benaderingen staan ter discussie, nieuwe visies dienen zich aan. Al deze veranderingen vragen om fundamentele doordenking. Daarin wil dit basisboek een handreiking doen. Het eerste deel bevat een verkenning van Bijbels-theologische grondlijnen, de geschiedenis van de zending en uitdagingen in de huidige culturele context. Deze lijnen worden in het tweede deel doorgetrokken naar actuele missionaire praktijken in en vanuit Nederland.

Publicatie

Stakeholders’ Perceptions Regarding Adaptation and Implementation of Existing Individual and Environmental Workplace Health Promotion Interventions in Blue-Collar Work Settings

Blue-collar workers often have disadvantageous health statuses and might therefore benefit from a combination of individual and environmental workplace health promotion interventions. Exploring stakeholders’ perceived facilitators and barriers regarding the combined implementation of these interventions in blue-collar work settings is important for effective implementation. A qualitative study consisting of 20 stakeholder interviews within six types of organisations in The Netherlands was conducted. The potential implementation of the evidence-based individual intervention SMARTsize and the environmental intervention company cafeteria 2.0 was discussed. Data were analysed using thematic analysis with a deductive approach. Five main themes emerged: (1) the availability of resources, (2) professional obligation, (3) expected employee cooperation, (4) the compatibility of the proposed health interventions, and (5) the content of implementation tools and procedures. Generally, stakeholders expressed a sense of professional obligation toward workplace health promotion, mentioning that the current societal focus on health and lifestyle provided the perfect opportunity to implement interventions to promote healthy eating and physical activity. However, they often perceived the high doses of employees’ occupational physical activity as a barrier. We recommend co-creating interventions, implementation tools, and processes by involving stakeholders with different professional backgrounds and by adapting communication strategies at diverse organisational levels.

Publicatie

Perceptions of employees with a low and medium level of education towards workplace health promotion programmes: a mixed-methods study

BackgroundUnderstanding the perceptions of lower socioeconomic groups towards workplace health promotion is important because they are underrepresented in workplace health promotion activities and generally engage in unhealthier lifestyle behaviour than high SEP groups. This study aims to explore interest in workplace health promotion programmes (WHPPs) among employees with a low and medium level of education regarding participation and desired programme characteristics (i.e. the employer’s role, the source, the channel, the involvement of the social environment and conditions of participation).MethodsA mixed-methods design was used, consisting of a questionnaire study (n = 475) and a sequential focus group study (n = 27) to enrich the questionnaire’s results. Multiple logistic regression analysis was performed to analyse the associations between subgroups (i.e. demographics, weight status) and interest in a WHPP. The focus group data were analysed deductively through thematic analysis, using MAXQDA 2018 for qualitative data analysis.ResultsThe questionnaire study showed that 36.8% of respondents were interested in an employer-provided WHPP, while 45.1% expressed no interest. Regarding subgroup differences, respondents with a low level of education were less likely to express interest in a WHPP than those with a medium level of education (OR = .54, 95%, CI = .35–.85). No significant differences were found concerning gender, age and weight status. The overall themes discussed in the focus groups were similar to the questionnaires (i.e. the employer’s role, the source, the channel, the involvement of the social environment and conditions of participation). The qualitative data showed that participants’ perceptions were often related to their jobs and working conditions.ConclusionsEmployees with a medium level of education were more inclined to be interested in a WHPP than those with a low level of education. Focus groups suggested preferences varied depending on job type and related tasks. Recommendations are to allow WHPP design to adapt to this variation and facilitate flexible participation. Future research investigating employers’ perceptions of WHPPs is needed to enable a mutual understanding of an effective programme design, possibly contributing to sustainable WHPP implementation.

Publicatie

Training Morele Psychologie

Deze training Morele Psychologie wil helpen inzicht te ontwikkelen in de psychologische dynamiek zelf die ontstaat rond discussies over ‘het goede handelen’ en die je als begeleider of beleidsmaker voortdurend zult tegenkomen in het werkveld, zodat je patronen daarin herkent. De training is ontwikkeld voor begeleiders van asielzoekers en statushouders in Nederland en België. De basisprincipes uit de Morele Psychologie zullen echter herkenbaar zijn voor een bredere groep beleidsmakers en ondersteuners, en toepasbaar binnen andere beroepsgroepen. Deze training Morele Psychologie is onderdeel van het project ‘Your Global Future’, een project gericht op begeleiders van asielzoekers en statushouders ter bevordering van een inclusieve en toekomstvrije benadering (Future Free Approach).

Publicatie

De ouder-kindrelatie in speltherapie

In dit onderzoek wordt in beeld gebracht hoe intersubjectiviteit, afstemming tussen kind en ouder, zichtbaar wordt in ouder-kind speltherapie. De betrokkenheid van de ouder bij het spel van het kind vormt de basis voor de ontwikkeling van zelfvertrouwen, gevoel van eigenwaarde en regulerende vaardigheden van het kind. Binnen ouder-kind speltherapie wordt gewerkt aan het faciliteren, vergroten en versterken van momenten van intersubjectiviteit. Het is van belang voor het werkveld dat de speltherapeutische interventies die hierbij worden ingezet, voldoende beschreven worden. Deze meervoudige casestudy omvat een observatiestudie, gecombineerd met semi-gestructureerde interviews om deze speltherapeutische handelingen in beeld te krijgen. Uit de bevindingen blijkt dat de speltherapeut kansen probeert te benutten om speelsheid, acceptatie, nieuwsgierigheid en empathie aan te wakkeren door onder andere de gezamenlijke relatie te benadrukken, de aandacht van het kind en de ouder te richten op elkaar, elkaars spelfiguren of het spel en door het faciliteren van gezamenlijk spel. Het verdient aanbeveling om vervolgonderzoek te doen naar de inhoud van spelbeelden en spelthema’s, om daarmee het zicht op intersubjectiviteit te vergroten. Daarnaast is het van belang te kijken naar de mogelijke effecten van de speltherapeutische interventies, door ook sessies uit latere fasen in het proces in onderzoek te betrekken.

Publicatie

Kinderkanker en de impact

Dit artikel beschrijft een casus over het gebruik van speltherapie bij een kind met kanker. Speltherapie is een non-verbale, cliëntgerichte vaktherapie. Deze diepgaande casestudy belicht de therapie vanuit het oogpunt van de ouders, speltherapeut, schoolbegeleider en kinderneuroloog. Uit het onderzoek blijkt dat speltherapie behulpzaam was in deze casus. In het onderzoek is vooral gekeken naar het speltherapeutische proces en het verschil tussen voor en na de behandeling. Er is gekozen voor een casestudy om een rijke beschrijving van het (spel)therapeutisch handelen mogelijk te maken.

Publicatie

Het gebruik van voorlichtingsmateriaal door wijkverpleegkundigen en praktijkondersteuners

Wijkverpleegkundigen en poh’s hebben een belangrijke rol in zorg voor voeding. Eén van de taken daarin is het bevorderen van gezond voedingsgedrag door middel van het geven van voorlichting. Bij het geven van voorlichting kunnen verschillende materialen gebruikt worden. Het doel van deze rapportage is het in kaart brengen van ervaringen met voorlichtingsmaterialen door wijkverpleegkundigen en poh’s. In deze rapportage is te lezen welke materialen gebruikt worden, hoe deze materialen ingezet worden en wat de ervaringen zijn met de verschillende materialen. Daarnaast zijn de behoeften naar tools bij de begeleiding van zorgvragers rondom het bevorderen van gezond eetgedrag in kaart gebracht. Deze punten worden apart weergegeven voor poh’s en vervolgens voor wijkverpleegkundigen.

Publicatie

Welke factoren beïnvloeden het registreren van kwaliteitsindicatoren?

Verpleegkundigen hebben de verantwoordelijkheid om gegevens te registreren over de kwaliteit van zorg. Potentiele verpleegproblemen als ondervoeding, valincidenten, decubitus, pijn, en delier zijn daarvoor indicatoren. Verpleegkundigen en verzorgenden vinden dit weliswaar belangrijk, maar ervaren het scoren van zulke complicatierisico’s vaak ook als een administratieve last. Welke factoren er nu precies voor zorgen dat ze meer of minder geneigd zijn om die kwaliteitsgegevens te verzamelen, was onbekend. Dit onderzoek moet daar meer licht op werpen.

Publicatie